PAINTERS BLOCK
Ik ben danig de kluts kwijt. Vannacht ben ik bezig geweest met het inrichten van een nieuwe groep in de galerie, "Kunst en Kitsch". Daar heb ik werk ondergebracht uit vorige levens van MIDAS PANDORA.
Daarbij viel me op dat ik ongeveer elke tien jaar één of meerdere jaren intensief bezig ben met schilderen, om dan steeds vrij plotseling weer op te geven. Je kunt er zo ongeveer de klok op zetten. De redenen daarvoor zijn: gebrek aan respons, eenzaamheid en armoede. Natuurlijk hangen deze zaken samen. Wat steeds de doorslag heeft gegeven is de nooit aflatende druk van de SD (sociale dienst). Wat me ook opvalt is dat die cycli samenvallen met ecconomische cycli.
Ook nu ben ik weer op zo'n moment aangeland. Eind 2006 begonnen vanuit een winterdepressie met intensief schilderen. Bevond me in een soort flow, die tot de eerste tekenen van de financiële crisis duurde. Dat begin van die crisis viel precies samen met het moment waarop ik gepland had om met mijn werk naar buiten te treden. Sindsdien ben ik bezig met tamelijk vruchteloze pogingen om mijn werk onder de aandacht van galeriehouders te brengen. De standaardreactie is: "Kom nog maar eens terug". Er zijn een paar kleinere exposities geweest en wat vage afspraken.
Inmiddels ben ik op die manier al bijna een jaar bezig. Dat schiet niet op. Er moet nu echt snel iets gebeuren.
Wat het allemaal moeilijker maakt, is dat ik me hier in het uiterste puntje van Limburg bevind. Vijfhonderd meter naar het Westen en en je zit in België. Twee kilometer naar het Zuiden of dertig kilometer naar het Oosten en je zit in Duitsland. Je bent hier aangewezen op een handjevol galeriehouders en je moet maar in het assortiment passen.
Er zijn, zwart/wit gezien, eigenlijk twee soorten galerieën hier: De ene soort is erg traditioneel en richt zich op nietszeggende decoratieve kunst ten behoeve van woninginrichting (van impressionisme tot abstract, als het maar kleurig en nietszeggend is) en de andere soort brengt het werk van "veelbelovende jonge kunstenaars", allumni van Kunstopleidingen en protegees van de lokale kunstpausen, ten behoeve van een sjiek publiek dat goede sier wil maken met hun "durfinvestering". Een laatste categorie zijn de galerieën met de "Dode Kunstenaars". Deze richten zich exclusief op de succesvolle kunstenaars uit de vorige eeuw.
Mijn recente werk valt niet in een van deze categorieën. Ik ben een buitenstaander (niet te verwarren met "outsider"). Voor de decoratieven heeft mijn werk te veel inhoud, voor de serieuzen is het te toegankelijk. En, ik mag dan wel oud zijn, dood ben ik nog niet.
Gek genoeg heeft het publiek juist wèl belangstelling voor mijn werk. Alleen snappen die galeriehouders dat nu weer niet. Ze zijn gewend op een bepaalde manier zaken te doen en willen daar niet van afwijken. Helaas heb ik die galeriehouders nodig om het publiek dat laatse zetje te geven.
Dit alles heeft een verlammende uitwerking op mijn productiviteit, zorgt voor slapeloze nachten en maakt een sprong vanaf het balkon van mijn flat steeds aantrekkelijker.
Dat is in het kort het dilemma waar ik nu mee te maken heb.