De bescheidenheid voorbij..
Wat voor soort kunstenaar ben ik? Kunstenaars zijn er in maten en soorten. Kunstenaar in mijn defenitie ben je door de manier waarop je tegen het leven aankijkt, je acties, je werk. Rond mijn achtste levensjaar stond voor mij al vast: Ik ben kunstenaar. In mijn visie gaat het er om in de loop van je leven te realiseren wie je bent. Geboren met kunstenaarshersens in een maatschappelijke matrix, die voor mij een plaats in het subproletariaat had gereserveerd, resulteerde dit in een een levenslang spannigsveld waarin ik regelmatig kopje onder ging en weer opdook. Tot ik uiteindelijk besloot mijn plaats in het universum op te eisen en met hand en tand te verdedigen. Het heeft geen zin om je licht onder de korenmaat te plaatsen en bescheidenheid is een valse raadgever. Tot op zekere hoogte is het kunstenaarschap, zoals ik het beleef, een romantisch kunstenaarschap. Voorbeelden voor dit type kunstenaar zijn oa de schilder Klingsohr in Herman Hesse's roman: "Klingsohrs Letzter Sommer" of het stamhoofd in Levi Strauss' Essay: "Het Trieste der Tropen". Wie meer wil weten over mijn definitie van kunstenaarschap leze: "Lila" van Pirsich en "The River That Flew Upstream" van Calvin. Gelijktijdig heb ik m'n leven steeds vorm proberen te geven volgens een Renaissance-ideaal. De Homo Universalis. Proberen het menszijn in all zijn facettten te beleven en te bevatten. Gezien de vele beroepen die ik uitoefende, de vele reizen die ik maakte, het scala aan ervaringen die ik onderging, kan ik stellen dat je dit ideaal niet veel dichter kunt naderen dan ik gedaan heb ik de loop van mijn leven. De voortbrengselen van dit kunstenaarschap in de loop van mijn leven waren divers. Mede doordat mijn scheppende periodes steeds opnieuw werden doorbroken door periodes waarin de maatschappelijke rivier mij in andere richtingen sleurde, moest ik mijzelf steeds opnieuw uitvinden in gewijzigde omstandigheden. Dit heeft geleid tot een zeer brede oriëntatie. Er is geen stijl er is geen isme of richting waarin ik niet heb geëxperimenteerd. De nadruk heeft echter steeds gelegen op schlderkunstige en grafische uitingen. Een zekere constante is ook mijn hang om schilderkunst en grafiek te integreren. Hoe dan ook: Midas Pandora, nu 58, bijna 59, dus bijna 60, is een rijp kunstenaar, met alle wateren gewassen. De maatschappelijke context maakt dat ik me in mijn werk de restrictie heb opgelegd, dat ik vooral werk maak dat verkoopbaar is. Dit is voor mij geen probleem. Zoals gezegd, ik ben zeer veelzijdig en vakkundig. Van alles wat ik kàn en wil doen, is er altijd wel íets dat verkoopbaar is. Van de vele lijnen die ik kàn volgen, volg ik de verkoopbare. Verkoopbaar betekent in mijn geval ook: Verkoopbaar voor mij. Ik bezit niet de middelen en het netwerk om zoals Cristo of Beuys enorme conceptionele projecten op stapel te zetten en bovendien: het boeit me ook niet zo. Wat ik doe, speelt zich al binnen de beperkingen van de tweedimensionele kunst met, sinds kort, stappen in het driedimensionele, tot nu toe: ceramiek. De beperkingen in middelen en netwerk betekenen bovendien dat ik me niet richt op de markt voor internationale topkunst. voor mij geen jet-set galerie in New York, geen opgeklopte toestanden etc.. Zelfs bij een galerie als "Huub Hannen" in Maastricht,zal ik al moeilijk binnenkomen. Ook dit is een keuze die mij geen pijn doet. Als kunstenaar ben ik sowiso een buitenbeentje. Bijna 60 en nog willen doorbreken? Ik ben niet het troetelkindje van een van de zelfbenoemde kunstpausen. Ik ben niet een pas afgestudeerde veelbelovende kunstenaar die met veel bombarie wordt gelanceerd en waar je nooit meer iets van hoort. Daarnaast sta ik ook op grote afstand van het amateurcirquit van schilderende huisvrouwen. Het werk dat ik nu, sinds enige jaren maak, valt grotendeels buiten de ismen van de vorige eeuw en heeft ook maar weinig raakvlakken met bejubelde contemporaine kunst. Als je naar mijn werk uit de vorige eeuw kijkt (compilatie is te zien op mijn site midaspandora.nl in de map Kunst & Kitch) zie je dat het wel origineel werk betreft, maar nog netjes binnen bepaalde categorieën blijft. Er was een tendens richting Elegante Abstractie (zie Beach I, II, III), zoals deze verkocht wordt in sjieke middenklassegalerieën zoals "Trace" in Maastricht. Werk dat ook goed verkocht. Echter, toen ik na weer een lange afwezigheid weer de kwast ter hand nam, realiseerde ik me dat er sindsdien een decenium vverstreken was en, nog belangrijker, we inmiddels een flink stuk in een nieuwe eeuw zittten. Bovendien, mijn leven had in de tussentijd zodanig op de kop gestaan dat ik niet gewoon de draad weer kon oppakken. Inspirerend waren, rondom de eeuwisseling vooral de de frisse werken van Chinese kunstenaars, en de teevee-cartoons die mijn zoontje in grote hoeveelheden kijkt. Verder had alles afgedaan, vond ik. De abstractie had al lang haar hoogtepunt bereikt, realisme was door de digitale fotografie anachronistisch geworden, surealisme door film en games ingehaald, pop was gepasseerd, "neue wilden" waren allang niet "neu" meer, minimalisme en concept waren doodlopende wegen, een soort kruiswoordpuzzels van een stelletje narcisten, hooguit gewaardeerd door weer andere narcisten. Het spelletje was uit. Mijn oplossing voor dit dilemma was het opzoeken van mijn roots; De kunstenaars uit het begin van de vorige eeuw. Een tijd waarin het leven nog een menselijke maat had, telefoon en auto zeldzame nieuwigheidjes. Een tijd waarin je als kunstenaar je dag kon slijten met het drinken van grote hoevelheden wijn en absint, het bezoeken van bordelen en rondhangen met je vakbroeders. Werken in series als "Engeltjes en Boefjes", "Gevangenen", "Chef's Delight", ademen een nostalgische sfeer, beetje naïef, beetje handwerk, alsof ik een tijdgenoot van Picasso, Giacometti, Modigliani was. Bijna kneuterig is de eerste indruk. Wat poppetjes op een vlakke achtergrond. Latere series als "Junglemennekes", "Modern Times" blijven hun relatie met Picasso houden, hebben ook Cobra-invloeden en maken een meer cartoon-achtige indruk. Wie deze directheid en eenvoud ziet, herkent misschien niet meteen de grote uitdrukkingskracht en vakmatige beheersing. Al van deze werken zijn ontstaan in hooguit enkele uren werk. In èèn keer opgezet, zonder plan, bedoeling of whatever. Gewoon pats boem, klaar. Fouten, voor zover aanwezig, bleven staan zonder correctie. Bij al dit werk heb ik me vooral laten leiden door mijn intuïtie. Natuurlijk is het onmogelijk om je bewustzijn volledig uit te schakelen, maar het streven is altijd om tijdens het werken zo weinig mogelijk na te denken. Betekenis wordt meestal pas achteraf herkend. Desondanks is deze altijd wel aanwezig. Het werk is aantrekkelijk, direct en zonder opleiding in de cultuurwetenschappen te duiden. Het ontleent zijn waarde niet aan een complex van impliciete raadseltjes of een nadruk op technische hoogstandjes, maar aan een liefdevolle compassie en inherente boodschap van hoop. En zo ga ik dan als Einzelgänger door het leven. Op zoek naar afzet voor mijn werk.