Professionaliteit I
Professionaliteit
Regelmatig krijg ik te maken met de vraag naar mijn professionaliteit. Het lijkt me dan ook goed om hier eens aandacht aan te besteden. Ik ben professioneel kunstenaar. Voor mij staat dat buiten kijf en voor wie enig zicht heeft op kunst zal het ook niet moeilijk zijn dit vast te stellen. Mijn werk spreekt in dit opzicht voor zich. Voor buitenstaanders is het moeilijker, dus zal ik proberen een en ander duidelijk te maken.
Een vraag die me vaak gesteld wordt is of ik een opleiding aan een academie gevolgd heb, of ik die opleiding met een diploma heb afgesloten, waarom niet en of ik wel professioneel kunstenaar kan zijn als ik geen diploma van een academie bezit. Voor mij is die vraag een lachertje en zelfs als een belediging op te vatten. Zoals gezegd, mijn werk spreekt voor zich. Het is een vraag die vooral door leken wordt gesteld. Men kan en durft niet op eigen oordeel varen en wil zekerheid, een soort garantieverklaring. In bepaalde gevallen wordt de vraag naar het papiertje ook gesteld, door instituties of instanties die een zekere exclusviteit willen bewaren en er voor waken met amateurs in zee te gaan. Ook allumni van academies zwaaien met deze eis, logischerwijs. Nu vind ik het zelf heel goed dat men er voor waakt met amateurs in zee te gaan, maar ben bang dat de vraag naar het academisch papiertje hier geen oplossing voor is. In feite is het een reactionaire vraag, alleen bedoeld om verticale mobiliteit zoveel mogelijk te frustreren.
Wie boekhouder of politieagent wil worden volgt daartoe een opleiding. Het is van belang dat er een grote mate van standaardisatie is in het gedrag van de individuele boekhouder of politieagent. Plus is plus en min is min, activa zijn activa en passiva zijn passiva, wet is wet en geldt voor iedereen. Zonder deze standaardisatie zou het einde zoek zijn voor mensen in "gewone" beroepen.
Voor kunstenaars gelden deze regels niet. In tegendeel, kunstenaar ben je vooral in de mate waarin je je van anderen onderscheidt, dus ook van andere kunstenaars. Uiteraard heb je er baat bij over een een bepaalde basis te beschikken en hierin zou een academie kunnen voorzien. Dat zou kunnen als het kunstonderwijs vraaggestuurd zou zijn. Helaas is dat niet het geval. Omdat het kunstonderwijs volledig geïnstitutionaliseerd is, wordt er om de zoveel tijd door een aantal bobo's een nieuw paradigma verzonnen, met eisen waaraan het onderwijs zou moeten voldoen. Meestal komt het er op neer dat de starre normen van het voorafgaande regime volledig worden afgezworen en de nieuwe normen zijn meestal die van de juist sinds een paar jaar geldende kunstopvattingen. En natuurlijk zijn ze even star. Aan kunststudenten wordt niet gevraagd wat ze willen leren. Door een docentenmaffia worden vooral haar eigen normen opgedrongen. En dit kan zeer extreme vormen aannemen.
Ik zelf kwam op de academie terecht toen mijn leven al voor de helft geleefd was. Ik had al een flinke hoeveelheid kennis en vaardigheden opgedaan en wilde nog een finishing touch. Vooral in technisch opzicht wilde ik nog veel leren. Dat gebeurde ook aanvankelijk. Docenten als Tom Franssen en Andre Dieteren gingen in op de techniek en theorie van de schilderkunst en voorzagen daarmee in een behoefte, in ieder geval bij mij. Ik stak daar veel van op en had ook het idee er nog veel meer van op te kunnen steken. Op die manier bracht ik er enkele jaren tot mijn tevredenheid door. Helaas verschenen er toen grapjassen als Fons Haagmans op het toneel, die dat allemaal niet meer belangrijk vonden. Nee, we moesten aan de slag met wazige concepten, diep piekeren, veelbetekenende vraagtekens opwerpen. Kunst moest vooral "moeilijk" zijn. Stel je een conservatorium voor waar het van de een op de ander dag niet meer noodzakelijk wordt gevonden notenladders te studeren, waar klassiek en jazz niet meer als muziek worden beschouwd en alleen nog maar serieële muziek als de enig ware wordt gezien. Daarmee was voor mij de lol er af. Daarvoor was ik niet gaan schilderen! Schilderen is voor mij een doel op zich. Ik hoef geen vooraf verzonnen concepten. Mijn concepten ontstaan intuïtief. Er kwamen wat woordenwisselingen, die mij het ergste deden vrezen voor Haagman's cardio-vasculaire welzijn, en ik besloot de eer aan mezelf te houden en te vertrekken. Daarna heb ik in diverse stadia van mijn leven voor mezelf af gemaakt waar ik aan begonnen was en had binnen enkele jaren een zodanige kwaliteit in mijn werk ontwikkeld dat menig alumni er beslist jaloers op kan zijn. Academie? AMEHOELA! Dus stel me niet meer zo'n onozele vragen! Je vraagt je toch ook niet af of Jimmi Hendrix of Charly Parker wel professionele muzikanten waren omdat ze niet op een conservatorium hebben gezeten.... FOI TEUFEL!!!