Armoede
Sammie was er voor het weekend. Vrijdagavond had ik hem opgehaald. Zondagmiddag zou er een verjaardagsfeestje zijn waar hij naar toe moest. Daarom zou ik hem op zaterdagavond al terugbrengen. Dat had Hannah zo besloten. Bij het ophalen had ze me nog vijf Euro afgetroggeld voor een verjaardagscadeautje voor het jarige klasgenootje. Eerder die week had ik al vijfentwintig Euro afgegeven voor een schoolreisje. De zwemles moest ook weer betaald worden, daar was geen geld voor, dus dat moest nog eeen weekje wachten.
Een en ander betekende dat er dus weer eens geen geld was voor jughurt, koekjes of andere "speciale" dingen voor als Sammie er was, en ook de standaardvoeding was weer eens zeer beperkt. Zo vraagt hij al wekenlang om pitabroodjes met sardines. Er is nooit geld voor. Geld voor speelgoed of uitjes samen, daar kunnen we alleen van dromen.
Die zaterdag belde ze op het laatste moment dat ik Sammie later dan afgesproken moest brengen en dat hij vooraf bij mij moest eten. Wat me wel enigszins voor een dilemma plaatste, maar er kwam een oplossing in de vorm van wat aardappels en een gehaktbal die nog van gister was overgebleven. Witlofsalade luste hij niet.
Op de terugweg zaten we net in de bus toen Hannah belde. Ze wilde dat Sammie geld uit zijn spaarpot haalde zodat ze de volgende dag samen met de bus naar dat feestje konden. Sammie legde uit dat we al in de bus zaten en dat er zowiezo geen geld in zijn spaarpot meer zat omdat Hannah die bij andere gelegenheden al geplunderd had. Ze vroeg of ik dan twee euro kon spenderen. Een boodschap die Sammie flemend overbracht. Ik legde hem uit dat ik blut was. In mijn beurs zaten nog wat muntjes, maar maandag moest ik een brood kopen voor mezelf.
De tocht was lang. We hadden al lang op de bus moeten wachten in Daalhof en het aansluitende voettochtje was onaangenaam. Sammie was weer hypervervelend en onderweg raakten we nog in een kluwen marrokaanse hangjongeren verstrikt. Het was koud, donker en m'n nek was al ver over zijn tolerantiegrens. Ik kan er eigenlijk niet tegen om zo laat nog met Sammie onderweg te zijn en raak dan steeds gestrest.
Ook in de buurt veel hangjongeren, ondanks de kou. In de straat kwamen we de marrokaanse buurtprostituee tegen en ook sommige andere vrouwen, waar Hannah regelmatig ruzie mee heeft, stonden in hun deuropening en gaapten me aan. Hannah maakte de deur open op een kier en bleef er achter staan, blijkbaar had ze weer geen kleren aan. Sammie glipte naar binnen en haalde de basgitaar uit de kamer. Dat had ik met hem afgesproken. Die basgitaar had ik nodig en aangezien Sammie er toch niks mee deed, wilde ik hem meenemen.
Hannah toonde me een handjevol kleingeld en vroeg om twee euro om de volgende dag met de bus te kunnen. Ik zei dat ik blut was en niks kon bijdragen. Ze bleef doorzeuren. Ik stond daar met die basgitaar en bleef maar herhalen dat ik geen geld had. Waarop ze kwaad begon te dreigen dat Sammie dan niet naar het feestje zou gaan. Ik werd ook kwaad en zei dingen als: "Zoek het maar uit, het is niet mijn probleem, etc.." Uiteindelijk vertrok ik terwijl zij er op aandrong dat ik Sammie dan maar weer mee terug moest nemen. Dat ging me dus te ver, nòg een keer met Sammie die marteling ondergaan en ik word zowiezo knettergek van al die steeds maar veranderende eisen. En bovendien, we hadden nu al het busgeld uitgegeven, dan zouden we morgen weer moeten lopen. Met de basgitaar onder m'n arm liep ik de straat uit, nagegaapt door de vijandige buurvrouwen. De straatprostituee stond wat aan haar fiets te morrelen.
Twee straathoeken verder kwam Sammie me huilend achtena. Hannah had hem buitengezet en hij moest met mij mee. Ik werd allengs kwader en maakte met huilende Sammie rechtsomkeer. Sammie begon me dingen te vragen als "Waarom we toch steeds ruzie maakten en wie er als eerste begonnen was?" Terug in de straat stond de straatprostituee inmiddels in de deuropening van een van de turkse buurmannen te smiespelen. Blijkbaar had ze gewacht tot ik de straat uit was en blijkbaar was de echtgenote van die man niet thuis.
Aanbellen, hard kloppen. Tot Hannah opendeed en ik nogal hard zei dat ze Sammie binnen moest laten. Er was inmiddels al een aardig oploopje ontstaan.Na enig aandringen en verdere woordenwisseling, geschreeuw etc., deed ze de deur op een kier, eigenlijk omdat ze een emmer water wilde halen om over mij heen te gooien. Ik stuurde Sammie naar binnen en wilde weer vertrekken, toen ze weer terugkwam, Sammie huilend voor haar uit, weer naar buiten lopend. Hij begon weer achter mij aan te lopen. Ik werd nog kwader en stuurde hem weer naar binnen, wat hij uiteindelijk deed. De deur ging dicht.
Zo gaat het dus. Dag in dag uit, week na week, maand na maand, al jaren lang. Hoe kan ik dit aan Sammie uitleggen?
Terug thuis leegde ik m'n beurs en telde het kleingeld. Een hoop muntjes, in totaal drie euro. Ik had Hannah dus twee euro kunnen geven en dan toch maandag nog een brood kunnen kopen.